Sydney (Paul Thomas Anderson, 1996)
Jan. 21st, 2008 | 02:18 am
In 1993 werd op het Amerikaanse Sundance Film Festival de kortfilm "Cigarettes & Coffee" ontdekt. Van de festivalbazen mocht de jonge cineast zijn kortfilm uitwerken tot een langspeelfilm. Dat werd het debuut van de regisseur die in 1999 wereldberoemd zou worden met het briljante "Magnolia".
Als debutant had Paul Thomas Anderson weinig inspraak in het distributieproces van zijn film. Eens in handen van de studio, werd "Sydney" gehermonteerd en bracht men de film uit onder de titel "Hard Eight". Anderson was razend en doorliep een reeks onderhandelingen met de producers. Uiteindelijk was het Andersons montageversie die in roulatie werd gebracht doch onder de titel "Hard Eight".
John (John C. Reilly) is blut en staat op straat. Hij wordt benaderd door goktalent Sydney (Philip Baker Hall), die John als een zoon onder zijn vleugels neemt. Algauw gaat John als rijke snob door het leven. Maar de komst van het hoertje Clementine (Gwyneth Paltrow) en de bewaker Jimmy (Samuel L. Jackson) sturen de levens van Sydney en John grondig in de war.
Paul Thomas Anderson zou het volgende jaar alle potten breken met "Boogie Nights", een film over de opkomst en het verval van een pornoster in de jaren zeventig. "Boogie Nights" zou overigens de visuele stijl bepalen voor al zijn volgende films, maar daar is weinig van te merken in "Sydney". Het tempo ligt bijzonder laag, wat contrasteert met Andersons recentere werk, en de typerende dynamische cameravoering is in dit debuut ook ver zoek. Nochtans is hier dezelfde director of photography aan het werk, namelijk Robert Elswit. Wel worden we getrakteerd op enkele ononderbroken tracking shots waarbij de camera een personage volgt doorheen een locatie. Hoewel PTA dat in "Boogie Nights", "Magnolia" en "Punch-Drunk Love" (2002) helemaal onder de knie heeft, lijkt het hier nog onhandig afgesnoept van Martin Scorsese's "Casino" (1995).
Op scenarieel vlak onderscheid Anderson zich wel al. Zijn acteurs staan behoorlijk stroef te spelen (vooral John C. Reilly raakt niet op dreef) en veel scènes modderen maar wat aan, maar op papier moet het lineaire verhaal er heel interessant hebben uitgezien. Het duurt overigens een heel eind eer je een voelbaar afwezige clue toegespeeld krijgt, maar eens Sydney de confrontatie met Jimmy aangaat, raakt de film eindelijk in een boeiende stroomversnelling.
Anderson bewijst met "Sydney" dat hij dialogen kan schrijven, wat hem aanvankelijk tot een beter scenarist dan regisseur maakt, maar dit debuut is hem zeker gegund.
2/5
Als debutant had Paul Thomas Anderson weinig inspraak in het distributieproces van zijn film. Eens in handen van de studio, werd "Sydney" gehermonteerd en bracht men de film uit onder de titel "Hard Eight". Anderson was razend en doorliep een reeks onderhandelingen met de producers. Uiteindelijk was het Andersons montageversie die in roulatie werd gebracht doch onder de titel "Hard Eight".
John (John C. Reilly) is blut en staat op straat. Hij wordt benaderd door goktalent Sydney (Philip Baker Hall), die John als een zoon onder zijn vleugels neemt. Algauw gaat John als rijke snob door het leven. Maar de komst van het hoertje Clementine (Gwyneth Paltrow) en de bewaker Jimmy (Samuel L. Jackson) sturen de levens van Sydney en John grondig in de war.
Paul Thomas Anderson zou het volgende jaar alle potten breken met "Boogie Nights", een film over de opkomst en het verval van een pornoster in de jaren zeventig. "Boogie Nights" zou overigens de visuele stijl bepalen voor al zijn volgende films, maar daar is weinig van te merken in "Sydney". Het tempo ligt bijzonder laag, wat contrasteert met Andersons recentere werk, en de typerende dynamische cameravoering is in dit debuut ook ver zoek. Nochtans is hier dezelfde director of photography aan het werk, namelijk Robert Elswit. Wel worden we getrakteerd op enkele ononderbroken tracking shots waarbij de camera een personage volgt doorheen een locatie. Hoewel PTA dat in "Boogie Nights", "Magnolia" en "Punch-Drunk Love" (2002) helemaal onder de knie heeft, lijkt het hier nog onhandig afgesnoept van Martin Scorsese's "Casino" (1995).
Op scenarieel vlak onderscheid Anderson zich wel al. Zijn acteurs staan behoorlijk stroef te spelen (vooral John C. Reilly raakt niet op dreef) en veel scènes modderen maar wat aan, maar op papier moet het lineaire verhaal er heel interessant hebben uitgezien. Het duurt overigens een heel eind eer je een voelbaar afwezige clue toegespeeld krijgt, maar eens Sydney de confrontatie met Jimmy aangaat, raakt de film eindelijk in een boeiende stroomversnelling.
Anderson bewijst met "Sydney" dat hij dialogen kan schrijven, wat hem aanvankelijk tot een beter scenarist dan regisseur maakt, maar dit debuut is hem zeker gegund.
2/5
