Dracula (Francis Ford Coppola, 1992)
Jan. 21st, 2008 | 02:24 am
Francis Ford Coppola, regisseur van belangrijke Amerikaanse meesterwerken als "The Godfather" (1972) en "Apocalypse Now" (1979), heeft Bram Stokers gelijknamige roman uit 1897 bewerkt tot een beklemmende horrorfilm die zindert van de erotiek.
Graaf Dracula (Gary Oldman), een aristocratische vampier uit Transsylvanië, is hopeloos op zoek naar zijn vrouw die zich vierhonderd jaar geleden van het leven beroofde. Als Dracula zijn vrouw herkent in Mina (Wynona Rider), de verloofde van een jonge advocaat (Keanu Reeves), zal hij haar koste wat het kost voor zich winnen. Maar er liggen vampierdoders op de loer...
Coppola speelt met kleuren en klankeffecten, hanteert dubbeldrukmontages en versnelde cameravoering, experimenteert met computereffecten, filmt in indrukwekkende, soms omgekeerde en bewegende sets en hult zijn acteurs in schitterende kostuums en weerzinwekkende make-up. Zo maakt hij de film tot een visueel pareltje, maar jammer genoeg komen de personages op de tweede en het verhaal op de derde plaats. Dat maakt van "Dracula" een kolkende poel van pijn, gruwel, mystiek en lust waarin u zich als kijker moederziel alleen voelt. Mogelijk is dat de reden waarom u zich op den duur alleen nog maar met Dracula identificeert. Hij is een gekwetste eenzaat met een gebroken hart, hunkerend naar dat waar in wezen iedereen naar hunkert: eeuwige Liefde.
Director of photography Michael Ballhaus was veelvuldig cameraman van de Duitse regisseur Rainer Werner Fassbinder (bekijk hun sobere meesterwerk "Ich will doch nur, daß ihr mich liebt" uit 1976), en is dat nog steeds van dat andere grote Amerikaanse talent, Martin Scorsese. Samen met Coppola creëert Ballhaus een donkere, onheilspellende sfeer door gebruik te maken van griezelige, vaak geanimeerde schaduwpartijen.
Hoewel we hier toch te maken hebben met een genie van de Amerikaanse cinema die een veelbelovende cast mag regisseren, ligt het grootste probleem bij het scenario. De stroeve verhaallijn loopt kriskras doorheen zichzelf en kent geen diepgang. De houterige personages zijn onuitgewerkt en ondergaan geen emotionele transformatie (tenzij dan van mens naar vampier). Keanu Reeves lijkt niet overweg te kunnen met zijn rol en Anthony Hopkins als de vampierjager Van Helsing krijgt slechts één of twee improvisatiemomenten waarin hij alle omringende acteurs van het doek mag kegelen. Het is Gary Oldman die de innerlijke verscheurdheid van zijn personage Dracula wel kan omvatten, het zelfs liefdevol omhelst, en hij levert als enige een indringende vertolking.
"Dracula" zal u af en toe de stuipen op het lijf jagen, maar de meest intense momenten zijn de erotische scènes tussen Dracula en zijn prooi Mina: meeslepend vakmanschap waar de vonken warmpjes vanaf spatten.
3/5
Graaf Dracula (Gary Oldman), een aristocratische vampier uit Transsylvanië, is hopeloos op zoek naar zijn vrouw die zich vierhonderd jaar geleden van het leven beroofde. Als Dracula zijn vrouw herkent in Mina (Wynona Rider), de verloofde van een jonge advocaat (Keanu Reeves), zal hij haar koste wat het kost voor zich winnen. Maar er liggen vampierdoders op de loer...
Coppola speelt met kleuren en klankeffecten, hanteert dubbeldrukmontages en versnelde cameravoering, experimenteert met computereffecten, filmt in indrukwekkende, soms omgekeerde en bewegende sets en hult zijn acteurs in schitterende kostuums en weerzinwekkende make-up. Zo maakt hij de film tot een visueel pareltje, maar jammer genoeg komen de personages op de tweede en het verhaal op de derde plaats. Dat maakt van "Dracula" een kolkende poel van pijn, gruwel, mystiek en lust waarin u zich als kijker moederziel alleen voelt. Mogelijk is dat de reden waarom u zich op den duur alleen nog maar met Dracula identificeert. Hij is een gekwetste eenzaat met een gebroken hart, hunkerend naar dat waar in wezen iedereen naar hunkert: eeuwige Liefde.
Director of photography Michael Ballhaus was veelvuldig cameraman van de Duitse regisseur Rainer Werner Fassbinder (bekijk hun sobere meesterwerk "Ich will doch nur, daß ihr mich liebt" uit 1976), en is dat nog steeds van dat andere grote Amerikaanse talent, Martin Scorsese. Samen met Coppola creëert Ballhaus een donkere, onheilspellende sfeer door gebruik te maken van griezelige, vaak geanimeerde schaduwpartijen.
Hoewel we hier toch te maken hebben met een genie van de Amerikaanse cinema die een veelbelovende cast mag regisseren, ligt het grootste probleem bij het scenario. De stroeve verhaallijn loopt kriskras doorheen zichzelf en kent geen diepgang. De houterige personages zijn onuitgewerkt en ondergaan geen emotionele transformatie (tenzij dan van mens naar vampier). Keanu Reeves lijkt niet overweg te kunnen met zijn rol en Anthony Hopkins als de vampierjager Van Helsing krijgt slechts één of twee improvisatiemomenten waarin hij alle omringende acteurs van het doek mag kegelen. Het is Gary Oldman die de innerlijke verscheurdheid van zijn personage Dracula wel kan omvatten, het zelfs liefdevol omhelst, en hij levert als enige een indringende vertolking.
"Dracula" zal u af en toe de stuipen op het lijf jagen, maar de meest intense momenten zijn de erotische scènes tussen Dracula en zijn prooi Mina: meeslepend vakmanschap waar de vonken warmpjes vanaf spatten.
3/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Hannah and Her Sisters (Woody Allen, 1986)
Jan. 21st, 2008 | 02:22 am
"Hannah and Her Sisters" is een intense relatiekomedie over verliefdheid, het huwelijk, overspel, de zin van het bestaan, geloof in een god en de dood als enige zekerheid. Deze thema's smelten vlekkeloos samen in één van de eerlijkste en warmste films die Woody Allen tot nu toe heeft gemaakt.
De film schetst het turbulente (liefdes)leven van drie zussen: Hannah, Lee en Holly. Hannah (Mia Farrow) is getrouwd met Elliot (Michael Caine), maar die is op zijn beurt smoorverliefd op Lee (Barbara Hershey). Hannah's ex-man Mickey (Woody Allen) loopt dan weer te dwepen met Holly (Dianne Wiest). Mickey is een ex-televisieregisseur, de drie zussen hebben elk op hun manier iets te betekenen in het New Yorkse medialandschap en de meeste andere personages zijn sarcastische schilders, onstabiele boekenwurmen of woeste schrijvers. Terwijl er tussen Hannah, Elliot en Lee een ongezonde driehoek ontstaat, verneemt Mickey van zijn dokter dat de lichte doofheid in één van zijn oren (hij weet niet zeker welke oor) kan wijzen op een hersentumor.
In 1987 won de film drie Oscars: voor Beste Originele Scenario (Woody Allen), Beste Acteur in een Bijrol (Michael Caine) en Beste Actrice in een Bijrol (Dianne Wiest).
Woody's regie bruist van de originaliteit en de maturiteit. De film bestaat uit hoofdstukken waarin telkens één van de personages centraal staat. Het camerawerk is van Carlo Di Palma, die eerder vooral Italiaanse films fotografeerde (o.a. de meesterwerken "Divorzio all'italiana" uit 1961, van Pietro Germi en "L'Armata Brancaleone" uit 1966, van Mario Monicelli). Di Palma werkte ook veelvuldig samen met het Italiaanse genie Michelangelo Antonioni, maar in de jaren tachtig en negentig hield hij zich vooral bezig met de films van Woody. Een Italiaans accent is zeker aanwezig in "Hannah and Her Sisters", wat de film naar een hoger niveau tilt. Vaak toont Woody ons één hoek van het decor (of een open deurgat) en bewegen de acteurs in en uit beeld, terwijl de spitsvondige dialogen vlot van links naar rechts knallen. Die dialogen maken de personages tot echte mensen, waar je van gaat houden en wiens fouten je graag vergeeft.
Het gaat hier duidelijk om een karaktergedreven film. De meest indringende prestaties komen van Mia Farrow, Max von Sydow en Dianne Wiest. Het is Woody's neurotische typetje die het minst overtuigt. Woody zorgt voor de komische, vaak absurde noot en slingert de sappige one-liners gul naar de hoofden van zijn tegenspelers, maar zijn personage is niet realistisch, wat wel het geval was in "Manhattan" (1979) of in zijn pièce d'oeuvre "Annie Hall" (1977). Niettemin zorgen alle personages voor talloze memorabele en vaak aangrijpende momenten.
Hannah en haar zussen laten je doorheen een waaier van oprechte, menselijke emoties ploeteren en dat is niets minder dan een heerlijke, intieme ervaring.
4/5
De film schetst het turbulente (liefdes)leven van drie zussen: Hannah, Lee en Holly. Hannah (Mia Farrow) is getrouwd met Elliot (Michael Caine), maar die is op zijn beurt smoorverliefd op Lee (Barbara Hershey). Hannah's ex-man Mickey (Woody Allen) loopt dan weer te dwepen met Holly (Dianne Wiest). Mickey is een ex-televisieregisseur, de drie zussen hebben elk op hun manier iets te betekenen in het New Yorkse medialandschap en de meeste andere personages zijn sarcastische schilders, onstabiele boekenwurmen of woeste schrijvers. Terwijl er tussen Hannah, Elliot en Lee een ongezonde driehoek ontstaat, verneemt Mickey van zijn dokter dat de lichte doofheid in één van zijn oren (hij weet niet zeker welke oor) kan wijzen op een hersentumor.
In 1987 won de film drie Oscars: voor Beste Originele Scenario (Woody Allen), Beste Acteur in een Bijrol (Michael Caine) en Beste Actrice in een Bijrol (Dianne Wiest).
Woody's regie bruist van de originaliteit en de maturiteit. De film bestaat uit hoofdstukken waarin telkens één van de personages centraal staat. Het camerawerk is van Carlo Di Palma, die eerder vooral Italiaanse films fotografeerde (o.a. de meesterwerken "Divorzio all'italiana" uit 1961, van Pietro Germi en "L'Armata Brancaleone" uit 1966, van Mario Monicelli). Di Palma werkte ook veelvuldig samen met het Italiaanse genie Michelangelo Antonioni, maar in de jaren tachtig en negentig hield hij zich vooral bezig met de films van Woody. Een Italiaans accent is zeker aanwezig in "Hannah and Her Sisters", wat de film naar een hoger niveau tilt. Vaak toont Woody ons één hoek van het decor (of een open deurgat) en bewegen de acteurs in en uit beeld, terwijl de spitsvondige dialogen vlot van links naar rechts knallen. Die dialogen maken de personages tot echte mensen, waar je van gaat houden en wiens fouten je graag vergeeft.
Het gaat hier duidelijk om een karaktergedreven film. De meest indringende prestaties komen van Mia Farrow, Max von Sydow en Dianne Wiest. Het is Woody's neurotische typetje die het minst overtuigt. Woody zorgt voor de komische, vaak absurde noot en slingert de sappige one-liners gul naar de hoofden van zijn tegenspelers, maar zijn personage is niet realistisch, wat wel het geval was in "Manhattan" (1979) of in zijn pièce d'oeuvre "Annie Hall" (1977). Niettemin zorgen alle personages voor talloze memorabele en vaak aangrijpende momenten.
Hannah en haar zussen laten je doorheen een waaier van oprechte, menselijke emoties ploeteren en dat is niets minder dan een heerlijke, intieme ervaring.
4/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Manhattan (Woody Allen, 1979)
Jan. 21st, 2008 | 02:21 am
"Manhattan" is de film waar regisseur Woody Allen zich het meest voor schaamt. Woody was zelfs van plan om voor United Artists gratis een nieuwe film te maken, als UA beloofde "Manhattan" voor eeuwig in het schof te laten liggen. De deal ging niet door en de film werd een kassucces.
Isaac Davis (Woody Allen) is schrijver van tv-programma's en haat zijn job. Hij is gescheiden van Jill (Meryl Streep), die nu samenwoont met een andere vrouw, Connie (Karen Ludwig). Isaac heeft een verhouding met Tracy (Mariel Hemingway), een studente van zeventien. Op een dag leert hij de intelligente Mary (Diane Keaton) kennen. Zij is de maitresse van Isaacs beste vriend Yale (Michael Murphy), die min of meer gelukkig getrouwd is met Emily (Anne Byrne Hoffman). Intussen schrijft Jill een roman over het geflopte liefdesleven dat ze jaren met Isaac heeft gedeeld.
Zoals dat steeds gaat met Woody's relatiefilms, is deze van een diepgaand en complex niveau. Gelukkig is er Woody's personage om voor de luchtige en hilarische momenten te zorgen. Woody bewijst zich opnieuw als getalenteerd regisseur en kan rekenen op topprestaties van zijn (vaste) cast en crew. Diane Keaton speelt de pannen van het dak als geniaal chaoot die niet in staat is haar leven op orde te stellen. Het is tragikomisch om te zien hoe Woody als verliefde puber hopeloos heen en weer slingert tussen zijn ex-vrouw, zijn huidige minnares en Mary.
Achter de camera vinden we Gordon Willis, die met "Manhattan" één van zijn mooiste (zwartwit)films aflevert. De acteurs bewegen vaak binnen en buiten een vast kader, of ze worden naast elkaar geplaatst in het decor en hun gesprek wordt gefilmd in een ruim, onafgebroken shot. "Manhattan" is daarmee een typische Woody Allen-film en dus een grappige, smaakvolle en intieme praatfilm.
Toch doet "Manhattan" niet wat Woody's onovertroffen meesterwerk "Annie Hall" (1977) wel deed: de verliefdheid tussen de personages overbrengen op de kijker. De film komt traag op gang en is niet altijd even interessant. Maar Woody weet zich als regisseur uitstekend in te leven in de vrouwen die zijn film maken. "Manhattan" gaat over (de onschuld van) verliefdheid en bulkt van de vertederende scènes, realistische conflicten en komische situaties. De beste scène is tevens de laatste, waardoor u als kijker met een voldaan gevoel de eindgeneriek inglijdt.
"Manhattan" is een mooie, uitstekend geregisseerde film, die de kijker weet te amuseren, te beroeren, ja zelfs te ontroeren.
4/5
Isaac Davis (Woody Allen) is schrijver van tv-programma's en haat zijn job. Hij is gescheiden van Jill (Meryl Streep), die nu samenwoont met een andere vrouw, Connie (Karen Ludwig). Isaac heeft een verhouding met Tracy (Mariel Hemingway), een studente van zeventien. Op een dag leert hij de intelligente Mary (Diane Keaton) kennen. Zij is de maitresse van Isaacs beste vriend Yale (Michael Murphy), die min of meer gelukkig getrouwd is met Emily (Anne Byrne Hoffman). Intussen schrijft Jill een roman over het geflopte liefdesleven dat ze jaren met Isaac heeft gedeeld.
Zoals dat steeds gaat met Woody's relatiefilms, is deze van een diepgaand en complex niveau. Gelukkig is er Woody's personage om voor de luchtige en hilarische momenten te zorgen. Woody bewijst zich opnieuw als getalenteerd regisseur en kan rekenen op topprestaties van zijn (vaste) cast en crew. Diane Keaton speelt de pannen van het dak als geniaal chaoot die niet in staat is haar leven op orde te stellen. Het is tragikomisch om te zien hoe Woody als verliefde puber hopeloos heen en weer slingert tussen zijn ex-vrouw, zijn huidige minnares en Mary.
Achter de camera vinden we Gordon Willis, die met "Manhattan" één van zijn mooiste (zwartwit)films aflevert. De acteurs bewegen vaak binnen en buiten een vast kader, of ze worden naast elkaar geplaatst in het decor en hun gesprek wordt gefilmd in een ruim, onafgebroken shot. "Manhattan" is daarmee een typische Woody Allen-film en dus een grappige, smaakvolle en intieme praatfilm.
Toch doet "Manhattan" niet wat Woody's onovertroffen meesterwerk "Annie Hall" (1977) wel deed: de verliefdheid tussen de personages overbrengen op de kijker. De film komt traag op gang en is niet altijd even interessant. Maar Woody weet zich als regisseur uitstekend in te leven in de vrouwen die zijn film maken. "Manhattan" gaat over (de onschuld van) verliefdheid en bulkt van de vertederende scènes, realistische conflicten en komische situaties. De beste scène is tevens de laatste, waardoor u als kijker met een voldaan gevoel de eindgeneriek inglijdt.
"Manhattan" is een mooie, uitstekend geregisseerde film, die de kijker weet te amuseren, te beroeren, ja zelfs te ontroeren.
4/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Sydney (Paul Thomas Anderson, 1996)
Jan. 21st, 2008 | 02:18 am
In 1993 werd op het Amerikaanse Sundance Film Festival de kortfilm "Cigarettes & Coffee" ontdekt. Van de festivalbazen mocht de jonge cineast zijn kortfilm uitwerken tot een langspeelfilm. Dat werd het debuut van de regisseur die in 1999 wereldberoemd zou worden met het briljante "Magnolia".
Als debutant had Paul Thomas Anderson weinig inspraak in het distributieproces van zijn film. Eens in handen van de studio, werd "Sydney" gehermonteerd en bracht men de film uit onder de titel "Hard Eight". Anderson was razend en doorliep een reeks onderhandelingen met de producers. Uiteindelijk was het Andersons montageversie die in roulatie werd gebracht doch onder de titel "Hard Eight".
John (John C. Reilly) is blut en staat op straat. Hij wordt benaderd door goktalent Sydney (Philip Baker Hall), die John als een zoon onder zijn vleugels neemt. Algauw gaat John als rijke snob door het leven. Maar de komst van het hoertje Clementine (Gwyneth Paltrow) en de bewaker Jimmy (Samuel L. Jackson) sturen de levens van Sydney en John grondig in de war.
Paul Thomas Anderson zou het volgende jaar alle potten breken met "Boogie Nights", een film over de opkomst en het verval van een pornoster in de jaren zeventig. "Boogie Nights" zou overigens de visuele stijl bepalen voor al zijn volgende films, maar daar is weinig van te merken in "Sydney". Het tempo ligt bijzonder laag, wat contrasteert met Andersons recentere werk, en de typerende dynamische cameravoering is in dit debuut ook ver zoek. Nochtans is hier dezelfde director of photography aan het werk, namelijk Robert Elswit. Wel worden we getrakteerd op enkele ononderbroken tracking shots waarbij de camera een personage volgt doorheen een locatie. Hoewel PTA dat in "Boogie Nights", "Magnolia" en "Punch-Drunk Love" (2002) helemaal onder de knie heeft, lijkt het hier nog onhandig afgesnoept van Martin Scorsese's "Casino" (1995).
Op scenarieel vlak onderscheid Anderson zich wel al. Zijn acteurs staan behoorlijk stroef te spelen (vooral John C. Reilly raakt niet op dreef) en veel scènes modderen maar wat aan, maar op papier moet het lineaire verhaal er heel interessant hebben uitgezien. Het duurt overigens een heel eind eer je een voelbaar afwezige clue toegespeeld krijgt, maar eens Sydney de confrontatie met Jimmy aangaat, raakt de film eindelijk in een boeiende stroomversnelling.
Anderson bewijst met "Sydney" dat hij dialogen kan schrijven, wat hem aanvankelijk tot een beter scenarist dan regisseur maakt, maar dit debuut is hem zeker gegund.
2/5
Als debutant had Paul Thomas Anderson weinig inspraak in het distributieproces van zijn film. Eens in handen van de studio, werd "Sydney" gehermonteerd en bracht men de film uit onder de titel "Hard Eight". Anderson was razend en doorliep een reeks onderhandelingen met de producers. Uiteindelijk was het Andersons montageversie die in roulatie werd gebracht doch onder de titel "Hard Eight".
John (John C. Reilly) is blut en staat op straat. Hij wordt benaderd door goktalent Sydney (Philip Baker Hall), die John als een zoon onder zijn vleugels neemt. Algauw gaat John als rijke snob door het leven. Maar de komst van het hoertje Clementine (Gwyneth Paltrow) en de bewaker Jimmy (Samuel L. Jackson) sturen de levens van Sydney en John grondig in de war.
Paul Thomas Anderson zou het volgende jaar alle potten breken met "Boogie Nights", een film over de opkomst en het verval van een pornoster in de jaren zeventig. "Boogie Nights" zou overigens de visuele stijl bepalen voor al zijn volgende films, maar daar is weinig van te merken in "Sydney". Het tempo ligt bijzonder laag, wat contrasteert met Andersons recentere werk, en de typerende dynamische cameravoering is in dit debuut ook ver zoek. Nochtans is hier dezelfde director of photography aan het werk, namelijk Robert Elswit. Wel worden we getrakteerd op enkele ononderbroken tracking shots waarbij de camera een personage volgt doorheen een locatie. Hoewel PTA dat in "Boogie Nights", "Magnolia" en "Punch-Drunk Love" (2002) helemaal onder de knie heeft, lijkt het hier nog onhandig afgesnoept van Martin Scorsese's "Casino" (1995).
Op scenarieel vlak onderscheid Anderson zich wel al. Zijn acteurs staan behoorlijk stroef te spelen (vooral John C. Reilly raakt niet op dreef) en veel scènes modderen maar wat aan, maar op papier moet het lineaire verhaal er heel interessant hebben uitgezien. Het duurt overigens een heel eind eer je een voelbaar afwezige clue toegespeeld krijgt, maar eens Sydney de confrontatie met Jimmy aangaat, raakt de film eindelijk in een boeiende stroomversnelling.
Anderson bewijst met "Sydney" dat hij dialogen kan schrijven, wat hem aanvankelijk tot een beter scenarist dan regisseur maakt, maar dit debuut is hem zeker gegund.
2/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
The Godfather (Francis Ford Coppola, 1972)
Jan. 21st, 2008 | 02:15 am
Francis Ford Coppola maakte in de jaren zeventig vier belangrijke Amerikaanse films:
"The Godfather", "The Conversation" (1974), "The Godfather: Part II" (1974) en "Apocalypse Now" (1979). Nooit meer zou Coppola dit succes evenaren.
"The Godfather" brengt het tragische verhaal van de Siciliaanse maffioso Don Vito Corleone (Marlon Brando) en de ondergang van zijn machtige misdaadimperium in het New York van de jaren veertig. Op een dag stelt het hoofd van een rivaliserende maffiafamilie een drugshandel voor, maar Don Corleone weigert. Sonny (James Caan) is Vito's oudste zoon en vindt dat zijn vader het drugsaanbod moet aannemen. Michael (Al Pacino) is de jongste en wordt zo ver mogelijk bij de maffiapraktijken vandaan gehouden. Fredo (John Cazale) is de middelste zoon en een nietsnut in de ogen van zijn vader en broers. Tom Hagen (Robert Duvall) is Vito's advocaat en raadgever. Hij wordt beschouwd als de vierde en verstandigste broer. Maar als er een aanslag wordt gepleegd op Don Corleone, gaat alle macht naar Sonny, die op bloedige wraak lust. Langzaam maar zeker beginnen de koppen te rollen en is ook Michael niet meer veilig...
De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Mario Puzo, gepubliceerd in 1969. Coppola en Puzo schreven vervolgens samen het filmscenario. Hiermee wonnen beide heren in 1973 de Oscar voor Beste Scenario gebaseerd op een ander medium en ook de Oscar voor Beste Acteur in een Hoofdrol (Brando) en voor Beste Film gingen naar "The Godfather". Grappig, want Paramount Pictures was ontevreden over het spel van de acteurs en de manier waarop Coppola de film in beeld bracht. Hoewel Coppola onder de financiële beperkingen zijn zin deed, kon hij ieder moment als regisseur worden ontslaan.
Hoewel ondergedompeld in bloedige misdaadpleging, gaat "The Godfather" in wezen over familie. Dat maakt de film tot een meeslepend en menselijk drama. Zowat alle hoofdacteurs geven de meest memorabele acteerprestatie uit hun carrière. Daarbovenop werd de film gefotografeerd door "the prince of darkness" Gordon Willis. Hij staat bekend om zijn contrastrijke belichting en gebruik van donkere schaduwen. Hij drukte zijn stempel op de beste films van Alan J. Pakula en Woody Allen. In "The Godfather" word Brando steeds zodanig belicht en gefilmd dat je zelden zijn ogen ziet, wat hem tot een bijzonder tragisch personage maakt.
De muziek van Nino Rota, die veel stukken heeft geschreven voor de films van Federico Fellini, behoort tot de mooiste en meest dramatische ooit voor een film gecomponeerd.
Van de eerste tot en met de laatste scène dompelt Coppola je onder in een beklemmende cinematografie die de duistere kant van de personages langzaam maar zeker bloot legt. "The Godfather" is simpelweg één van de best geregisseerde films in de geschiedenis van Hollywood.
5/5
"The Godfather", "The Conversation" (1974), "The Godfather: Part II" (1974) en "Apocalypse Now" (1979). Nooit meer zou Coppola dit succes evenaren.
"The Godfather" brengt het tragische verhaal van de Siciliaanse maffioso Don Vito Corleone (Marlon Brando) en de ondergang van zijn machtige misdaadimperium in het New York van de jaren veertig. Op een dag stelt het hoofd van een rivaliserende maffiafamilie een drugshandel voor, maar Don Corleone weigert. Sonny (James Caan) is Vito's oudste zoon en vindt dat zijn vader het drugsaanbod moet aannemen. Michael (Al Pacino) is de jongste en wordt zo ver mogelijk bij de maffiapraktijken vandaan gehouden. Fredo (John Cazale) is de middelste zoon en een nietsnut in de ogen van zijn vader en broers. Tom Hagen (Robert Duvall) is Vito's advocaat en raadgever. Hij wordt beschouwd als de vierde en verstandigste broer. Maar als er een aanslag wordt gepleegd op Don Corleone, gaat alle macht naar Sonny, die op bloedige wraak lust. Langzaam maar zeker beginnen de koppen te rollen en is ook Michael niet meer veilig...
De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Mario Puzo, gepubliceerd in 1969. Coppola en Puzo schreven vervolgens samen het filmscenario. Hiermee wonnen beide heren in 1973 de Oscar voor Beste Scenario gebaseerd op een ander medium en ook de Oscar voor Beste Acteur in een Hoofdrol (Brando) en voor Beste Film gingen naar "The Godfather". Grappig, want Paramount Pictures was ontevreden over het spel van de acteurs en de manier waarop Coppola de film in beeld bracht. Hoewel Coppola onder de financiële beperkingen zijn zin deed, kon hij ieder moment als regisseur worden ontslaan.
Hoewel ondergedompeld in bloedige misdaadpleging, gaat "The Godfather" in wezen over familie. Dat maakt de film tot een meeslepend en menselijk drama. Zowat alle hoofdacteurs geven de meest memorabele acteerprestatie uit hun carrière. Daarbovenop werd de film gefotografeerd door "the prince of darkness" Gordon Willis. Hij staat bekend om zijn contrastrijke belichting en gebruik van donkere schaduwen. Hij drukte zijn stempel op de beste films van Alan J. Pakula en Woody Allen. In "The Godfather" word Brando steeds zodanig belicht en gefilmd dat je zelden zijn ogen ziet, wat hem tot een bijzonder tragisch personage maakt.
De muziek van Nino Rota, die veel stukken heeft geschreven voor de films van Federico Fellini, behoort tot de mooiste en meest dramatische ooit voor een film gecomponeerd.
Van de eerste tot en met de laatste scène dompelt Coppola je onder in een beklemmende cinematografie die de duistere kant van de personages langzaam maar zeker bloot legt. "The Godfather" is simpelweg één van de best geregisseerde films in de geschiedenis van Hollywood.
5/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
The Godfather: Part II (Francis Ford Coppola, 1974)
Jan. 21st, 2008 | 02:13 am
Als Francis Ford Coppola's "The Godfather" uit 1972 niet de beste Amerikaanse film ooit is, dan is zijn "The Godfather: Part II" welzeker de beste sequel ooit gemaakt.
"Part II" vertelt de tragische gebeurtenissen binnen de Corleone-familie, na de dramatische afloop van "The Godfather". Michael Corleone (Al Pacino), de jongste van twee overblijvende zonen, is nu Don en probeert zijn imperium uit te breiden naar Las Vegas, Hollywood en Cuba. Maar een naïve verrader is onder de Corleones en dat kost Michael bijna het leven.
Wat de film zo rijk maakt is dat Coppola Michaels verhaallijn doorspekt met die van een jonge Vito Corleone (Robert De Niro), dertig jaar eerder. Terwijl Michael af te rekenen krijgt met oude bekenden en nieuwe vijanden in de jaren vijftig, zien we Vito's groei naar Don in de jaren tien en twintig. Coppola creëert aldus een intense en symbolische parallel tussen verval (Michael) en opbouw (Vito), beide in een totaal verschillend New York.
De film won in 1975 maar liefst zes Oscars: voor Beste Film (de eerste maal dat een vervolgfilm deze prijs won), Beste Scenario gebaseerd op een ander medium (hoewel Michaels verhaallijn een origineel scenario is), Beste Acteur in een bijrol (Robert De Niro), Beste Muziek, Beste Decoratie en Beste Regisseur.
De film moet het doen zonder Marlon Brando, maar Robert De Niro (die hier voornamelijk een Italiaans dialect spreekt) bezegelde zijn carrière als Vito Corleone. Al Pacino heeft van Michael een kille, meedogenloze Don gemaakt, een personage dat nog lang in je hoofd zal rondspoken. Fredo (John Cazale), Michael's oudere broer, wordt in dit vervolg met verve uitgediept. Diane Keaton speelt terug de vrouw van Michael en is zichtbaar verscheurd door diens tirannie.
De contrastrijke belichting en statische cameravoering is opnieuw van veteraan Gordon Willis. Nino Rota en Coppola's vader Carmine voorzien de film van pakkende, indringende muziek.
Aanvankelijk wou Coppola enkel optreden als producer, met goeie vriend Martin Scorsese als regisseur. Coppola had immers een zeer slechte regie-ervaring achter de rug met "The Godfather". Maar Paramount Pictures eiste dat Coppola zou regisseren, waardoor hij op carte blanche kon rekenen. Dat maakt van "Part II" een ronduit schitterende film.
Deze sequel is wel een stuk complexer dan zijn voorganger, maar dat heeft niets te maken met de parallelle verhaallijnen. Michael is een sluwe vos en weet zijn vijanden op doordachte wijze een bloedige hak te zetten.
Bekijk liefst beide films na elkaar en onderga een unieke maar uitputtende kijkervaring. Want dit zijn films zoals ze nooit eerder en nooit meer gemaakt zijn.
5/5
"Part II" vertelt de tragische gebeurtenissen binnen de Corleone-familie, na de dramatische afloop van "The Godfather". Michael Corleone (Al Pacino), de jongste van twee overblijvende zonen, is nu Don en probeert zijn imperium uit te breiden naar Las Vegas, Hollywood en Cuba. Maar een naïve verrader is onder de Corleones en dat kost Michael bijna het leven.
Wat de film zo rijk maakt is dat Coppola Michaels verhaallijn doorspekt met die van een jonge Vito Corleone (Robert De Niro), dertig jaar eerder. Terwijl Michael af te rekenen krijgt met oude bekenden en nieuwe vijanden in de jaren vijftig, zien we Vito's groei naar Don in de jaren tien en twintig. Coppola creëert aldus een intense en symbolische parallel tussen verval (Michael) en opbouw (Vito), beide in een totaal verschillend New York.
De film won in 1975 maar liefst zes Oscars: voor Beste Film (de eerste maal dat een vervolgfilm deze prijs won), Beste Scenario gebaseerd op een ander medium (hoewel Michaels verhaallijn een origineel scenario is), Beste Acteur in een bijrol (Robert De Niro), Beste Muziek, Beste Decoratie en Beste Regisseur.
De film moet het doen zonder Marlon Brando, maar Robert De Niro (die hier voornamelijk een Italiaans dialect spreekt) bezegelde zijn carrière als Vito Corleone. Al Pacino heeft van Michael een kille, meedogenloze Don gemaakt, een personage dat nog lang in je hoofd zal rondspoken. Fredo (John Cazale), Michael's oudere broer, wordt in dit vervolg met verve uitgediept. Diane Keaton speelt terug de vrouw van Michael en is zichtbaar verscheurd door diens tirannie.
De contrastrijke belichting en statische cameravoering is opnieuw van veteraan Gordon Willis. Nino Rota en Coppola's vader Carmine voorzien de film van pakkende, indringende muziek.
Aanvankelijk wou Coppola enkel optreden als producer, met goeie vriend Martin Scorsese als regisseur. Coppola had immers een zeer slechte regie-ervaring achter de rug met "The Godfather". Maar Paramount Pictures eiste dat Coppola zou regisseren, waardoor hij op carte blanche kon rekenen. Dat maakt van "Part II" een ronduit schitterende film.
Deze sequel is wel een stuk complexer dan zijn voorganger, maar dat heeft niets te maken met de parallelle verhaallijnen. Michael is een sluwe vos en weet zijn vijanden op doordachte wijze een bloedige hak te zetten.
Bekijk liefst beide films na elkaar en onderga een unieke maar uitputtende kijkervaring. Want dit zijn films zoals ze nooit eerder en nooit meer gemaakt zijn.
5/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
The Shining (Stanley Kubrick, 1980)
Jan. 21st, 2008 | 02:09 am
"The Shining" is Stanley Kubricks indringende horrormeesterwerk naar de gelijknamige succesroman van Stephen King uit 1977.
Het Overlook Hotel sluit tijdens de winter haar deuren. Jack Torrance (Jack Nicholson) aanvaardt de job om het hotel tot in de lente warm te houden. Hij trekt er in met zijn vrouw Wendy (Shelley Duvall) en hun paranormaal begaafde zoontje Danny (Danny Lloyd). Jack profiteert van de situatie om zich op zijn nieuwe roman te concentreren, maar stilletjes aan maken isolement en eenzaamheid zich van hem meester. Hij wordt het slachtoffer van gemene hallucinaties waardoor de hulpeloze Wendy haar grip op hem verliest. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, word Danny benaderd door enkele ongenode gasten...
Stanley Kubrick was mogelijk de belangrijkste Amerikaanse cineast van de twintigste eeuw. Hij heeft minstens negen belangrijke films gemaakt en heeft de filmtaal met elk van die films proberen te vernieuwen. Hij doet niets minder met "The Shining".
In de vroege jaren zeventig kwam ene Garrett Brown met een camerasysteem op de proppen waarmee een cameraman in looppas zeer vloeiende opnames kon maken. Regisseur John G. Avildsen gebruikte de "Brown Stabilizer" voor enkele shots in zijn boksfilm "Rocky" (1976). Het systeem heet nu Steadicam en Brown won er in 1978 een Academy Award voor. Ook Kubrick zag er de mogelijkheden van in en filmde meer dan de helft van "The Shining" met de Steadicam. De laag-tegen-de-grondse shots van Danny op zijn driewieler zijn hier het absolute hoogtepunt van. Het is, na het schokkende "A Clockwork Orange" (1971) en het prachtige "Barry Lyndon" (1975), opnieuw John Alcott die "The Shining" van natuurlijke belichting voorziet. Het resultaat is een beklemmende sfeer waarin de personages geconsumeerd lijken te worden door het hotel.
De acteurs spelen de pannen van het dak. Jack Nicholson geeft gestalte aan het meest doortrapte personage uit zijn carrière en Shelley Duvall verwordt langzaam maar zeker tot een fysiek en emotioneel uitgeput wrak. Kindacteur Danny Lloyd valt nooit door de mand en Scatman Crothers als kok met "het schijnsel" heeft een intense scène met Danny.
De grootste horror wordt bereikt door onaangekondigde montages van schokkende beelden en krankzinnige gezichten, terwijl de akelige composities van Béla Bartók, Krzysztof Penderecki en Wendy Carlos onder je huid kruipen. Combineer dit met het intense spel van de acteurs en Kubricks bezwerende cameravoering, en je krijgt één van de engste films ooit gemaakt. De fameuze badkamerscène in kamer 237 zal u niet gauw vergeten en de confrontaties tussen Jack en Wendy behoren tot de meest ijzingwekkendste scènes ooit gefilmd. "Here's Johnny!"
Toch één puntje van kritiek. Kubrick laat bewust enkele aspecten uit de roman van King achterwege en gebruikt andere louter voor de schok, zonder ze te verklaren. Hierdoor blijft de kijker na afloop 'n beetje op een honger zitten. Stephen King is niet te spreken over Kubricks filmversie en heeft in 1997 zelf een gelijknamige mini-tv-versie geproduceerd. Hoewel louter voer voor fans, blijft King met de tv-versie wel trouw aan zijn roman.
Wat er ook van zij, Kubrick's "The Shining" is de puurst mogelijke vorm van een indringende en angstaanjagende filmervaring.
5/5
Het Overlook Hotel sluit tijdens de winter haar deuren. Jack Torrance (Jack Nicholson) aanvaardt de job om het hotel tot in de lente warm te houden. Hij trekt er in met zijn vrouw Wendy (Shelley Duvall) en hun paranormaal begaafde zoontje Danny (Danny Lloyd). Jack profiteert van de situatie om zich op zijn nieuwe roman te concentreren, maar stilletjes aan maken isolement en eenzaamheid zich van hem meester. Hij wordt het slachtoffer van gemene hallucinaties waardoor de hulpeloze Wendy haar grip op hem verliest. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, word Danny benaderd door enkele ongenode gasten...
Stanley Kubrick was mogelijk de belangrijkste Amerikaanse cineast van de twintigste eeuw. Hij heeft minstens negen belangrijke films gemaakt en heeft de filmtaal met elk van die films proberen te vernieuwen. Hij doet niets minder met "The Shining".
In de vroege jaren zeventig kwam ene Garrett Brown met een camerasysteem op de proppen waarmee een cameraman in looppas zeer vloeiende opnames kon maken. Regisseur John G. Avildsen gebruikte de "Brown Stabilizer" voor enkele shots in zijn boksfilm "Rocky" (1976). Het systeem heet nu Steadicam en Brown won er in 1978 een Academy Award voor. Ook Kubrick zag er de mogelijkheden van in en filmde meer dan de helft van "The Shining" met de Steadicam. De laag-tegen-de-grondse shots van Danny op zijn driewieler zijn hier het absolute hoogtepunt van. Het is, na het schokkende "A Clockwork Orange" (1971) en het prachtige "Barry Lyndon" (1975), opnieuw John Alcott die "The Shining" van natuurlijke belichting voorziet. Het resultaat is een beklemmende sfeer waarin de personages geconsumeerd lijken te worden door het hotel.
De acteurs spelen de pannen van het dak. Jack Nicholson geeft gestalte aan het meest doortrapte personage uit zijn carrière en Shelley Duvall verwordt langzaam maar zeker tot een fysiek en emotioneel uitgeput wrak. Kindacteur Danny Lloyd valt nooit door de mand en Scatman Crothers als kok met "het schijnsel" heeft een intense scène met Danny.
De grootste horror wordt bereikt door onaangekondigde montages van schokkende beelden en krankzinnige gezichten, terwijl de akelige composities van Béla Bartók, Krzysztof Penderecki en Wendy Carlos onder je huid kruipen. Combineer dit met het intense spel van de acteurs en Kubricks bezwerende cameravoering, en je krijgt één van de engste films ooit gemaakt. De fameuze badkamerscène in kamer 237 zal u niet gauw vergeten en de confrontaties tussen Jack en Wendy behoren tot de meest ijzingwekkendste scènes ooit gefilmd. "Here's Johnny!"
Toch één puntje van kritiek. Kubrick laat bewust enkele aspecten uit de roman van King achterwege en gebruikt andere louter voor de schok, zonder ze te verklaren. Hierdoor blijft de kijker na afloop 'n beetje op een honger zitten. Stephen King is niet te spreken over Kubricks filmversie en heeft in 1997 zelf een gelijknamige mini-tv-versie geproduceerd. Hoewel louter voer voor fans, blijft King met de tv-versie wel trouw aan zijn roman.
Wat er ook van zij, Kubrick's "The Shining" is de puurst mogelijke vorm van een indringende en angstaanjagende filmervaring.
5/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Zelig (Woody Allen, 1983)
Jan. 21st, 2008 | 02:06 am
"Zelig" is Woody Allen's mockumentary over Leonard Zelig, de menselijke kameleon die probleemloos de gedaante kan aan nemen van mensen die hem omringen. De film schetst de turbulente levensloop van deze freak of nature aan de hand van een groezelige voice-over, korrelige foto's, authentieke nieuwsbeelden, paparazzimateriaal en opnames gemaakt tijdens wetenschappelijke experimenten op Zelig. De contrastrijke zwartwitbeelden stammen uit de jaren twintig, dertig en veertig en worden afgewisseld met hedendaagse interviews in kleur, waarin een aantal grote namen vertellen over hun persoonlijke ervaringen met Leonard Zelig. Uiteraard heeft Zelig nooit bestaan. Woody drijft op ludieke wijze de spot met het documentairemedium.
Leonard Zelig (Woody Allen) werd als kind mishandeld en leek nergens aanvaard te worden. Daardoor ontwikkelde hij de bizarre anatomishe mogelijkheid om zijn lichaam te vormen naar mensen uit zijn directe omgeving. In de jaren twintig word hij opgemerkt door de geneeskunde. Dokter Eudora Nesbitt Fletcher (Mia Farrow) ontfermt zich over Zelig. Met behulp van hypnose kan Eudora tot hem doordringen, maar dan wil Zeligs familie geld gaan verdienen met de circusartiest die Zelig in hun ogen nog steeds is. Niet veel later slaat Zelig op de vlucht. Dan breekt de tweede wereldoorlog uit...
In wezen slaat het verhaal nergens op en moet het geïnterpreteerd worden als een kritiek op de media. Het is de uitvoering, de verpakking die "Zelig" tot een interessante film maakt. Woody's technische crew heeft voor het realiseren van deze film uitsluitend gebruik gemaakt van filmmateriaal en filmtechnieken uit de jaren twintig. Woody's veelvuldige director of photography Gordon Willis heeft zelfs de belichte pellicule opzettelijk beschadigd om een authentieke look te bekomen. Voor de behandeling van de negatieven werden er technici uit hun pensioen gehaald. Willis heeft zich zelfs de kunst aangeleerd van het kadreren zoals men dat deed in de jaren twintig.
Naast de fotografie doet ook de montage watertanden. Hier word een trucagetechniek toegepast die in 1994 door Robert Zemeckis zou worden geperfectioneerd in zijn oscarwinnende kassucces "Forrest Gump". Woody Allen is als Leonard Zelig namelijk te zien in archiefbeelden waarin o.a. Woodrow Wilson, Babe Ruth, Al Capone, Charles Chaplin en F. Scott Fitzgerald de show stelen. Zelig ontketent zelfs een kleine rel onder Nazi-officiers die zich achter een speechende Adolf Hitler bevinden.
Maar Zelig is een ongeloofwaardig personage en de documentaire is maar een klucht. Ook het spel van de hoofdacteurs kan de film niet naar een hoger niveau tillen. Had Woody er een serieuze "spotumentaire" van gemaakt, dan had "Zelig" best wel kans gemaakt om de geschiedenis in te gaan als een cinematografische mijlpaal. Nu moet je 't doen met één of twee plezante scènes en een heleboel slimme truuks, ondergedompeld in oogverblindend mooie en geniale fotografie.
3/5
Leonard Zelig (Woody Allen) werd als kind mishandeld en leek nergens aanvaard te worden. Daardoor ontwikkelde hij de bizarre anatomishe mogelijkheid om zijn lichaam te vormen naar mensen uit zijn directe omgeving. In de jaren twintig word hij opgemerkt door de geneeskunde. Dokter Eudora Nesbitt Fletcher (Mia Farrow) ontfermt zich over Zelig. Met behulp van hypnose kan Eudora tot hem doordringen, maar dan wil Zeligs familie geld gaan verdienen met de circusartiest die Zelig in hun ogen nog steeds is. Niet veel later slaat Zelig op de vlucht. Dan breekt de tweede wereldoorlog uit...
In wezen slaat het verhaal nergens op en moet het geïnterpreteerd worden als een kritiek op de media. Het is de uitvoering, de verpakking die "Zelig" tot een interessante film maakt. Woody's technische crew heeft voor het realiseren van deze film uitsluitend gebruik gemaakt van filmmateriaal en filmtechnieken uit de jaren twintig. Woody's veelvuldige director of photography Gordon Willis heeft zelfs de belichte pellicule opzettelijk beschadigd om een authentieke look te bekomen. Voor de behandeling van de negatieven werden er technici uit hun pensioen gehaald. Willis heeft zich zelfs de kunst aangeleerd van het kadreren zoals men dat deed in de jaren twintig.
Naast de fotografie doet ook de montage watertanden. Hier word een trucagetechniek toegepast die in 1994 door Robert Zemeckis zou worden geperfectioneerd in zijn oscarwinnende kassucces "Forrest Gump". Woody Allen is als Leonard Zelig namelijk te zien in archiefbeelden waarin o.a. Woodrow Wilson, Babe Ruth, Al Capone, Charles Chaplin en F. Scott Fitzgerald de show stelen. Zelig ontketent zelfs een kleine rel onder Nazi-officiers die zich achter een speechende Adolf Hitler bevinden.
Maar Zelig is een ongeloofwaardig personage en de documentaire is maar een klucht. Ook het spel van de hoofdacteurs kan de film niet naar een hoger niveau tillen. Had Woody er een serieuze "spotumentaire" van gemaakt, dan had "Zelig" best wel kans gemaakt om de geschiedenis in te gaan als een cinematografische mijlpaal. Nu moet je 't doen met één of twee plezante scènes en een heleboel slimme truuks, ondergedompeld in oogverblindend mooie en geniale fotografie.
3/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Radio Days (Woody Allen, 1987)
Jan. 21st, 2008 | 02:03 am
"Radio Days" is Woody Allens nostalgische terugblik op zijn jeugdjaren die, zoals de titel al laat vermoeden, opgefleurd werden door de radio.
Het is 1942. Joe (Seth Green) is tien jaar oud. Hij woont met zijn arbeidersgezin en enkele inwonende ooms en tantes (onder wie de schitterende Dianne Wiest) in Rockaway Beach, New York. Met zijn vriendjes beleeft Joe memorabele momenten, maar het liefst luistert hij naar de radio.
Intussen probeert Sally White (Mia Farrow), een dienstmeisje met een irriterende stem, haar carrière te maken in het radiolandschap.
Het verloop van de film wordt aan een aantal belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de radio opgehangen. Dat maakt van "Radio Days" een komische maar fragmentarische film waarin Woody heen en weer knipt tussen Joe's dolle fratsen en Sally's moeizame klim naar de top. Woody is zelf niet in de film te zien, maar hij verzorgt een gezellige voice-over.
Het mooie aan "Radio Days" is dat Woody ons een volwassen praatfilm voorschotelt, waarin acteur Seth Green er ons in elke scène aan herinnert hoezeer we het missen kind te zijn.
De film is (wat had je gedacht) een aaneenrijging van komisch-absurde situaties waarin de acteurs heerlijk door elkaar heen staan te spelen. Toch laat Woody deze toon halfweg even kort maar genadeloos omslaan in intens, eerlijk drama, iets wat we van deze komediant niet bepaald gewend zijn.
Het prachtige camerawerk is van Carlo Di Palma. Zijn naam verraadt een Italiaanse afkomst, en dat mag een esthetische stempel op de stijl van de film zijn. Het beige kleurenpalet, de groothoekopnames van kleine mensen in wijdse landschappen, de acteurs die tot diep in het decor binnen en buiten een vast kader wandelen, lange dialogen in onafgebroken shots, de natuurlijke belichting, Het maakt van "Radio Days" een melancholische, Felliniaanse ervaring.
De film opent met een hilarische scène waarin twee inbrekers op een rinkelende telefoon stuiten. Het is misschien spijtig dat de film nooit meer het komische niveau van deze scène bereikt, maar dat mag geen domper op de feestvreugde wezen.
"Radio Days" is één van Woody's betere films en zonder twijfel één van de meest melancholische ooit gemaakt. En o ja! Zoek en vind: Diane Keaton!
4/5
Het is 1942. Joe (Seth Green) is tien jaar oud. Hij woont met zijn arbeidersgezin en enkele inwonende ooms en tantes (onder wie de schitterende Dianne Wiest) in Rockaway Beach, New York. Met zijn vriendjes beleeft Joe memorabele momenten, maar het liefst luistert hij naar de radio.
Intussen probeert Sally White (Mia Farrow), een dienstmeisje met een irriterende stem, haar carrière te maken in het radiolandschap.
Het verloop van de film wordt aan een aantal belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de radio opgehangen. Dat maakt van "Radio Days" een komische maar fragmentarische film waarin Woody heen en weer knipt tussen Joe's dolle fratsen en Sally's moeizame klim naar de top. Woody is zelf niet in de film te zien, maar hij verzorgt een gezellige voice-over.
Het mooie aan "Radio Days" is dat Woody ons een volwassen praatfilm voorschotelt, waarin acteur Seth Green er ons in elke scène aan herinnert hoezeer we het missen kind te zijn.
De film is (wat had je gedacht) een aaneenrijging van komisch-absurde situaties waarin de acteurs heerlijk door elkaar heen staan te spelen. Toch laat Woody deze toon halfweg even kort maar genadeloos omslaan in intens, eerlijk drama, iets wat we van deze komediant niet bepaald gewend zijn.
Het prachtige camerawerk is van Carlo Di Palma. Zijn naam verraadt een Italiaanse afkomst, en dat mag een esthetische stempel op de stijl van de film zijn. Het beige kleurenpalet, de groothoekopnames van kleine mensen in wijdse landschappen, de acteurs die tot diep in het decor binnen en buiten een vast kader wandelen, lange dialogen in onafgebroken shots, de natuurlijke belichting, Het maakt van "Radio Days" een melancholische, Felliniaanse ervaring.
De film opent met een hilarische scène waarin twee inbrekers op een rinkelende telefoon stuiten. Het is misschien spijtig dat de film nooit meer het komische niveau van deze scène bereikt, maar dat mag geen domper op de feestvreugde wezen.
"Radio Days" is één van Woody's betere films en zonder twijfel één van de meest melancholische ooit gemaakt. En o ja! Zoek en vind: Diane Keaton!
4/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Interiors (Woody Allen, 1978)
Jan. 21st, 2008 | 01:57 am
Woody Allens hilarische komedies Annie Hall (1977) en Manhattan (1979) werden respectievelijk gevolgd en voorafgegaan door het sombere en doodernstige drama Interiors.
Drie volwassen zussen worden geconfronteerd met de scheiding van hun ouders. Het is Joey (Mary Beth Hurt) die dichtst bij haar moeder staat, want Renata (Diane Keaton) zoekt de eenzaamheid op om te kunnen schrijven en Flyn (Kristin Griffith) is een beroemde actrice. Moeder Eve (Geraldine Page) heeft zwaar te lijden onder de scheiding en dat heeft zijn uitwerking op de onderlinge verhouding tussen de zussen. Het wordt alleen maar erger als vader Arthur (E. G. Marshall) aankondigt dat hij gaat hertrouwen met de levendige Pearl (Maureen Stapleton).
Woody bewijst zich andermaal als briljant schrijver en regisseur. Interiors is een intense karakterfilm zonder muziek en zonder humor. Het is Woody Allens ultieme eerbetoon aan Ingmar Bergman.
De situaties en de dialogen zijn uitstekend geschreven en in beeld gebracht. De beeldkaders, de belichting en de cameravoering respecteren het intense spel van de acteurs. Vooral de twee bejaarde actrices zetten elk een innemend personage neer. De confrontatie in de kerk, het gesprek aan tafel tijdens de bruiloft, De film is overladen met scènes die baden in een eerlijk, naakt realisme.
De cameravoering en de belichting is van Gordon Willis, die met deze film misschien wel zijn meest sobere werk aflevert. Camerabewegingen zijn schaars. De acteurs spelen binnen en buiten vaste kaders, wat de film doet baden in een sereniteit die een krachtige uitwerking heeft op de kijker. De belichting is vaak donker en personages zijn gehuld in schaduwen. Interieuren zijn vaak onderbelicht tegen een klare buitenwereld gezien door ruiten. Maar buiten regent het en de lucht is grijs.
De indringende acteerprestaties, Woody's dwingende cameraregie en de afwezigheid van heldere kleuren en muziek maken van Interiors geen gemakkelijke brok om te verteren.
Alleen vraag ik me af of de korte interviewsequens met Renata wel op zijn plaats is. Waarom moet Renata ons op zo'n manier achtergrondinformatie verschaffen, als alle overige personages dat doen via dialoog? Misschien omdat Ingmar Bergman dat ooit ook 'n paar keer heeft gedaan. Daarbovenop is Renata's gezinssituatie onvoldoende uitgewerkt. Er loopt in haar huis ergens een kindje rond, maar meer komen we daarover niet te weten. Maar dat is mijn enige kritiek.
Interiors is een zwaarmoedige film die nog lang na de stille eindgeneriek door uw hoofd zal spoken. Het is niets minder dan Woody Allens humorloze meesterwerk.
4/5
Drie volwassen zussen worden geconfronteerd met de scheiding van hun ouders. Het is Joey (Mary Beth Hurt) die dichtst bij haar moeder staat, want Renata (Diane Keaton) zoekt de eenzaamheid op om te kunnen schrijven en Flyn (Kristin Griffith) is een beroemde actrice. Moeder Eve (Geraldine Page) heeft zwaar te lijden onder de scheiding en dat heeft zijn uitwerking op de onderlinge verhouding tussen de zussen. Het wordt alleen maar erger als vader Arthur (E. G. Marshall) aankondigt dat hij gaat hertrouwen met de levendige Pearl (Maureen Stapleton).
Woody bewijst zich andermaal als briljant schrijver en regisseur. Interiors is een intense karakterfilm zonder muziek en zonder humor. Het is Woody Allens ultieme eerbetoon aan Ingmar Bergman.
De situaties en de dialogen zijn uitstekend geschreven en in beeld gebracht. De beeldkaders, de belichting en de cameravoering respecteren het intense spel van de acteurs. Vooral de twee bejaarde actrices zetten elk een innemend personage neer. De confrontatie in de kerk, het gesprek aan tafel tijdens de bruiloft, De film is overladen met scènes die baden in een eerlijk, naakt realisme.
De cameravoering en de belichting is van Gordon Willis, die met deze film misschien wel zijn meest sobere werk aflevert. Camerabewegingen zijn schaars. De acteurs spelen binnen en buiten vaste kaders, wat de film doet baden in een sereniteit die een krachtige uitwerking heeft op de kijker. De belichting is vaak donker en personages zijn gehuld in schaduwen. Interieuren zijn vaak onderbelicht tegen een klare buitenwereld gezien door ruiten. Maar buiten regent het en de lucht is grijs.
De indringende acteerprestaties, Woody's dwingende cameraregie en de afwezigheid van heldere kleuren en muziek maken van Interiors geen gemakkelijke brok om te verteren.
Alleen vraag ik me af of de korte interviewsequens met Renata wel op zijn plaats is. Waarom moet Renata ons op zo'n manier achtergrondinformatie verschaffen, als alle overige personages dat doen via dialoog? Misschien omdat Ingmar Bergman dat ooit ook 'n paar keer heeft gedaan. Daarbovenop is Renata's gezinssituatie onvoldoende uitgewerkt. Er loopt in haar huis ergens een kindje rond, maar meer komen we daarover niet te weten. Maar dat is mijn enige kritiek.
Interiors is een zwaarmoedige film die nog lang na de stille eindgeneriek door uw hoofd zal spoken. Het is niets minder dan Woody Allens humorloze meesterwerk.
4/5
Link | Leave a comment | Add to Memories | Tell a Friend
Shadows and Fog (Woody Allen, 1991)
Jan. 21st, 2008 | 01:40 am
Met een budget van negentien miljoen Amerikaanse dollar is "Shadows and Fog" Woody Allens duurste film, gedraaid in de grootste set ooit in New York gebouwd.
Kleinman (Woody Allen) wordt in het midden van de nacht gewekt door zijn boze buren. Ze willen een klopjacht organiseren op de man die nu gedurende 'n aantal nachten, op straat, willekeurig mensen wurgt. Kleinman doet het in zijn broek van angst en holt aangekleed de straat op, maar er is niemand meer te bespeuren.
Aan de rand van de stad staat een circus. Daar betrapt zwaardslikster Irmy (Mia Farrow) dat haar vriend, de clown (John Malkovich) overspel pleegt met de knappe Marie (Madonna). Irmy rent weg en belandt in de loop van de nacht eerst in een bordeel en daarna bij Kleinman. Die is nog steeds hopeloos en bang op zoek naar zijn woeste buren, die zich tegen dan blijkbaar hebben opgesplitst in rivaliserende bendes.
"Shadows and Fog" speelt zich af in een fictief stadje (de set) en de stijl van de film wordt kernachtig omvat in de titel. De nacht is mistig en de straatlampen werpen overal enge schaduwen. De prachtige zwartwitfotografie is van Carlo Di Palma, die hier, voor Woody Allen-standaarden, zijn meest beweeglijke en doordachte camerawerk aflevert.
Woody Allen draagt vrijwel elke scène en is hilarisch als zijn welbekende neurotische en panikerende typetje. Mia Farrow breekt hier geen potten, maar krijgt een mooie scène in het bordeel. Daar vinden we twee grote actrices terug die zich als prostituee mogen uitleven: Jodie Foster en Kathy Bates. John Cusack krijgt als student 'n paar fijne monologen en Julie Kavner heeft een bruisende rol als Kleinmans ex-verloofde. De scènes tussen Kavner en Woody zijn de leukste uit de hele film. John Malkovich speelt zijn rol heel natuurlijk en geeft daarmee gestalte aan het meest overtuigende personage in een totaal ongeloofwaardige komedie.
Want het hele gedoe rond de seriemoordenaar, de circusartiesten en de boze bendes moet werken als metafoor van of kritiek op iets. Hoop ik. Misschien op hoe mensen als 'n kudde schapen vatbaar zijn voor iets wat buiten hun macht of begripsvermogen speelt. Zoals een ongrijpbare moordenaar, of God, een thema dat ook in deze film speelt. Maar het raakt kant noch wal. De scènes modderen maar wat aan en het verhaal gaat nergens naartoe. Niet eens naar een zinvolle ontknoping. Het lijkt alsof Woody die negentien miljoen dollar (dat is ongeveer veertien miljoen euro) heeft gebruikt om zich 'n beetje te amuseren, maar daarbij is hij het magere scenario en zijn houterige personages uit het oog verloren.
"Shadows and Fog" is een komische film die zeer mooi is uitgevoerd, maar die in wezen nergens op slaat. Voer voor de fans.
2/5
Kleinman (Woody Allen) wordt in het midden van de nacht gewekt door zijn boze buren. Ze willen een klopjacht organiseren op de man die nu gedurende 'n aantal nachten, op straat, willekeurig mensen wurgt. Kleinman doet het in zijn broek van angst en holt aangekleed de straat op, maar er is niemand meer te bespeuren.
Aan de rand van de stad staat een circus. Daar betrapt zwaardslikster Irmy (Mia Farrow) dat haar vriend, de clown (John Malkovich) overspel pleegt met de knappe Marie (Madonna). Irmy rent weg en belandt in de loop van de nacht eerst in een bordeel en daarna bij Kleinman. Die is nog steeds hopeloos en bang op zoek naar zijn woeste buren, die zich tegen dan blijkbaar hebben opgesplitst in rivaliserende bendes.
"Shadows and Fog" speelt zich af in een fictief stadje (de set) en de stijl van de film wordt kernachtig omvat in de titel. De nacht is mistig en de straatlampen werpen overal enge schaduwen. De prachtige zwartwitfotografie is van Carlo Di Palma, die hier, voor Woody Allen-standaarden, zijn meest beweeglijke en doordachte camerawerk aflevert.
Woody Allen draagt vrijwel elke scène en is hilarisch als zijn welbekende neurotische en panikerende typetje. Mia Farrow breekt hier geen potten, maar krijgt een mooie scène in het bordeel. Daar vinden we twee grote actrices terug die zich als prostituee mogen uitleven: Jodie Foster en Kathy Bates. John Cusack krijgt als student 'n paar fijne monologen en Julie Kavner heeft een bruisende rol als Kleinmans ex-verloofde. De scènes tussen Kavner en Woody zijn de leukste uit de hele film. John Malkovich speelt zijn rol heel natuurlijk en geeft daarmee gestalte aan het meest overtuigende personage in een totaal ongeloofwaardige komedie.
Want het hele gedoe rond de seriemoordenaar, de circusartiesten en de boze bendes moet werken als metafoor van of kritiek op iets. Hoop ik. Misschien op hoe mensen als 'n kudde schapen vatbaar zijn voor iets wat buiten hun macht of begripsvermogen speelt. Zoals een ongrijpbare moordenaar, of God, een thema dat ook in deze film speelt. Maar het raakt kant noch wal. De scènes modderen maar wat aan en het verhaal gaat nergens naartoe. Niet eens naar een zinvolle ontknoping. Het lijkt alsof Woody die negentien miljoen dollar (dat is ongeveer veertien miljoen euro) heeft gebruikt om zich 'n beetje te amuseren, maar daarbij is hij het magere scenario en zijn houterige personages uit het oog verloren.
"Shadows and Fog" is een komische film die zeer mooi is uitgevoerd, maar die in wezen nergens op slaat. Voer voor de fans.
2/5
